Door de wilde en sterke groei heeft de druif zijn ruimte nodig en daarom is het nodig de druif regelmatig terug te snoeien. Om echte mooie volle trossen te krijgen laat dan maar 1 tros per scheut ontwikkelen. De andere trossen weg snoeien in juni zijn meestal de trossen al goed te zien. Dat is de tijd om in te dunnen. Knip met de schaar de meeste druiven weg binnen in de tros en de aller kleinste druifjes. Zo krijg je mooie grote trossen druiven. Haal tijdens het rijpen het blad bij de trossen weg zodat de zon er beter bij kan. Het terugsnoeien in de winter kan van half november tot begin januari. Het beste is te snoeien in de maand december, maar nooit snoeien als het vriest, dan kunnen de takken makkelijk gaan scheuren of breken. Een druif nooit snoeien vanaf half januari tot april. De sapstroom komt in die periode opgang waardoor de plant kan gaan bloeden. De takken van de druifstronk niet verder inkorten dan 10 a 15cm. Als een druif goed in het blad zit is het snoeien geen probleem. Als er in de loop van de zomer weer nieuwe scheuten ontwikkelen deze verwijderen. Hier komen toch geen druiven meer aan, die trekken alleen het vocht en de voeding weg. De trossen druiven kunnen gaan verschrompelen en bruin worden als er teveel leggers (takken) aan de druif komen. Tussen elke legger (tak) moet zeker 10cm ruimte zitten. Het kan ook ontstaan als er teveel trossen aan hangen, er teveel meststoffen of teveel aan kalium in de grond zit.
|