De Cipres bloeit in januari en februari. De Cipres is eenhuizig hij heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen. De Cipres wordt bevrucht door bestuiving die door de wind plaats vindt. Maar ook door insecten die van de mannelijke bloem naar de vrouwelijke bloem vliegen om er hun voeding nectar uit te halen. Er blijft dan vaak stuifmeel aan de pootjes van een insect plakken en zo wordt de vrouwelijke bloem bevrucht.
De knuppelvormige mannelijke bloemen zijn eerst geelachtig groen, later bruin. De vrouwelijke bloemen zijn onopvallend en hebben een kleine groene ronde bloeiwijze. De Cipres geeft zijn vruchten (dennenappeltjes) die ook wel kegels genoemd worden. De mannelijke kegels zijn groen en zijn eivormig ze zitten vast aan de toppen van de twijgen. De vrouwelijke kegels zijn eerst groen en worden grijs/bruin en zijn bolvormig. De dennenappels zijn ongeveer 4 cm dik. De kegels maken zaad aan wat erg veel energie kost. De vruchten van de Cipres zijn te gebruiken voor vermeerdering.